Actieve bewoners smaakmakers van taai gesprek

“We spreken een andere taal, maar hebben een gemeenschappelijk doel”. Deze uitspraak van initiatiefnemer Bianca Ernst (Hof van Cartesius) vatte bijeenkomst #TAAI2 mooi samen. Spel en speelveld zijn uitgediept, met actieve inwoners en kleine ondernemers die meer kansen willen krijgen om samen met gemeente een fijne stad te maken. Dit taaie gesprek, georganiseerd door de Utrechtse Ruimtemakers, Het Huis Utrecht, het Utrechts Verbond en de gemeente Utrecht, smaakte toch naar meer. 


Foto's Anna van Kooij

Utrecht moet hard groeien de komende jaren, onze stad verwacht in 2028 400.000 huishoudens te tellen. Wie regisseert deze groei? Stadsbestuur of projectontwikkelaars? Wat voor invloed hebben Utrechters zelf? En wat is er nodig om het collegeakkoord Samen stad maken uit te voeren? In een uitverkochte theaterzaal van Het Huis Utrecht zijn woensdag 14 december spelers en speelveld in kaart gebracht.

’Spelers’ gemeenteraadslid Maarten Koning (D66), wethouder Paulus Jansen, ambtenaren van de afdeling Ruimte en bewoner Herman van der Hoeven zoeken een plek op de toneelvloer Deze moet hun positie in het werkelijke speelveld vertegenwoordigen, legt moderator Patrick van der Hijden uit. Gaandeweg ontstaat een blok van ambtenaren en wethouder, tegenover het raadslid en de bewoner, die eerst centraal stonden. Een afspiegeling van de werkelijkheid? 

Inspraak achteraf of meedoen aan de voorkant?
Ruimtelijk regisseur van de Merwedekanaalzone Marcel Janssen schetst andere “machtige” spelers in zijn gebied, zoals de roeiers en de tippelzone, die nu niet op de vloer staan. En over voor de gemeente belangrijke onderwerpen organiseren we Stadsgesprekken, zoals over de ruimtelijke strategie, waarin bewoners kunnen meedenken, leggen de ambtenaren uit. 

Wethouder Jansen benadrukt dat de gemeente graag tempo wil maken met de groei, ook omwille van toekomstige bewoners “die nu niet in de zaal zitten”. Tegelijkertijd organiseert hij liever een “flinke clash aan de voorkant” dan dat hij achteraf plannen aanpast. Trouwens, “die tunnels bij de Spoorzone, een wens van bewoners, kosten twintig miljoen”. Kortom: de gemeente doet haar best, lijkt de boodschap.

Inzetten kennis in de stad
De zittende ondernemers op Rotsoord beleven dat anders. De eigenaren van restaurant LE:EN, pioniers in het gebied, zien de appartementencomplexen om hen heen omhoogschieten. “Zo wordt Rotsoord niet leuker. Over hoe je de kracht van het gebied behoudt, praten we graag mee.”
Egbert-Jan Harte-Boerman van Tafelboom valt hen bij: “Waarom kijk je niet naar wat er al gebeurt op een plek en haak je als gemeente daarop aan?” Raadslid Koning voegt toe dat de huidige bewoners en bestaande ondernemers een betere plek moeten krijgen in gebiedsontwikkelingstrajecten. Een stad die bestaat uit zoveel hoogopgeleide mensen, zou deze immers beter kunnen inzetten. 

Financieel rendement én leuke dingen
Liggen die marktpartijen dan zo dwars? Het antwoord moet deze avond komen van Bart Visscher van SyntrusAchmea. Deze belegger investeert vermogen van pensioenfondsen, het liefst in woningen in een “superstad als Utrecht”. Want zijn opdracht is zoeken naar “rendement en zekerheid voor tenminste twintig jaar”. Visscher benadrukt hoe aantrekkelijk Utrecht momenteel is voor commerciële partijen en hoe weinig locaties er beschikbaar zijn voor woningbouw. Wethouder Jansen zegt partijen als Syntrus graag te zien komen, om zijn doel van bijvoorbeeld meer middeldure huurwoningen snel te realiseren.

“Kan wel wezen, maar het machtsspel met geld en grond vindt vooral in de witte torens van het Stadskantoor plaats”, mort het publiek. De wethouder weerlegt dat dit geld altijd ten goede komt van de stad en dat van vermogensbeheerders als Syntrus ook investeringen worden geëist in voorzieningen en ‘leuke dingen voor de mensen’.

Marktconforme prijzen voor maatschappelijke initiatieven
Dat die ‘leuke dingen’ steeds vaker zijn opgezet door Utrechtse bewoners en ondernemers, die in hun eigen woonomgeving kansen zien, komt pas laat aan de orde. Emilie Vlieger stapt in het speelveld met haar initiatief MeerMerwede.
Middenin de crisis, toen er geen marktpartij hapte op de door de gemeente ontwikkelde visie voor de Merwedekanaalzone, zette zij het gebied op de kaart, bracht partijen bij elkaar en werkte een andere manier van stadmaken uit. Zonder opdracht en in haar eigen tijd. 

Bewoners in de gaten springen
Ook in het Werkspoorkwartier hielpen bewoners mee de gemeentelijke ambitie – ruimte voor creatieve industrie - daar vorm te geven. Vlakbij station Zuilen willen onder andere Charlotte en Bianca Ernst een al twintig jaar braakliggend stuk grond omtoveren tot het Hof van Cartesius, waar creatieven zelf betaalbare en duurzame werkplekken bouwen. Inmiddels doet Bob Scherrenberg, een lokale ontwikkelaar die ook de Werkspoorkathedraal aankocht, mee als investeerder. Zij zien toekomst in een ‘healthy urban workspace’.

Daar is de gemeente vast blij mee, met bewoners die onbetaald in de gaten springen die de markt openlaat? “Fantastisch initiatief dat Hof”, vindt wethouder Jansen, “maar het moet wel uitkunnen”. 

Andere taal, maar gemeenschappelijk doel 
Uit zijn woorden klinkt door dat er in het college discussie is over de grondprijs voor het Hof. Jansen: “We willen dat projecten op nul uitkomen en anders moet de maatschappelijke waarde duidelijk zijn.”
De focus van het stadsbestuur op financieel rendement is voor veel aanwezigen te nauw en leidt tot een fel gesprek. Met vragen als: waarom is er geen visie op wat voor stad Utrecht wil zijn en wat daarvoor nodig is? Waarom een prijsvraag uitschrijven voor creatieve initiatieven en die vervolgens niet helpen realiseren? Waarom bewoners die willen helpen de gemeentelijke visie te realiseren obstakels opwerpen, terwijl commerciële partijen niet toehappen? 

Uitdaging niet kleiner
Als de bijeenkomst iets duidelijk maakt, is het wel dat er nog weinig nieuwe processen en instrumenten zijn uitgewerkt om maatschappelijke initiatieven een gelijk speelveld te bieden bij het inrichten van de stad. Tweeëneenhalf jaar na het collegeakkoord Samen stad maken kan wethouder Jansen niet zeggen dat de uitdaging verkleind is, het blijft “lastig”. 

De tijd was op en veel vragen bleven onbeantwoord. Zoals ‘Hoe zorg je ervoor dat wat gebieden nu interessant maakt, behouden blijft onder druk van de markt?’ En ‘Waarom wordt de waarde die initiatiefnemers al hebben gemaakt, niet beloond en verrekend in de grondprijs?’ Ondanks dat het nog zoeken is naar de juiste vorm, zijn dit soort taaie gesprekken onontbeerlijk om stappen te maken naar een fijne stad, voor en door iedereen. 

Daarom organiseren de Utrechtse Ruimtemakers, het Utrechts Verbond, Het Huis Utrecht en de gemeente op 11 april een 3e editie van TAAI, met de titel Bruto Cultureel Product. 

← terug naar homepage